Nieuws

Van Noor tot Zuid

Het kader is bekend en uitstekend: Drie Fonteinen, het café in het domein, waar we allemaal onze dagelijkse rondjes lopen. Storm Dennis heeft zichzelf uitgenodigd, waardoor het gesprek met Noor Vidts binnenskamers moet gebeuren. Gelukkig is het cliënteel bijna uit-geluncht, zodat we na verloop van tijd rustig kunnen praten.

Eerlijk, op het eerste gezicht zou je deze atletische alleskunner onderschatten. Ze is verre van klein maar valt niet op door een massieve spiermassa. Ze lijkt eerder pezig. Uiteraard zeer slank en met een glimlach die alles naar zich toetrekt. Noor kan je typeren als de spreekwoordelijke prettige verschijning.

Noor Vidts is bovendien zo Vilvoords als maar kan zijn. Zonder kapsones, zeer bereidwillig en met respect voor alles en iedereen, hoewel ze dat slapend laagje achterdocht bezit, dat elke Vilvoordenaar onderhuids lijkt te koesteren. Er worden duidelijke afspraken gemaakt over kopieën en zo. Teken des tijds.

Lees verder onder de foto.



Dag Noor. Je kent het hier goed?
Ja, ik heb hier veel gelopen. Ben het wat beu gelopen, ook. Met clubicoon Theo, de eerste jaren. Maar hem raak je nooit beu.

Waarom ben jij in feite hier, en niet op het BK, naast Hanne Maudens en Nafi Thiam?
Ik ben vorige week ziek geweest en heb dus niet goed kunnen trainen. Daarom besloot ik een rustweek in te lassen. Even rustig aan doen, daar zeggen je spieren geen nee tegen.

Jeugd

Jouw atletiekpalmares is indrukwekkend. Jij was al bij de besten toen je cadet was. Was jij van meet af aan met meerkamp bezig, of probeerde je eerst andere disciplines om zo naar zevenkamp af te glijden?
Ik heb vanaf het begin alles gecombineerd. Bij de jeugd proef je sowieso van alle disciplines en doe je voortdurend kleine meerkampen. Ik heb eigenlijk nooit overwogen me ergens in te specialiseren.

Wijst dat zichzelf uit, omdat je niet bij de besten was in het lopen, noch in het kampen, of zie ik dat verkeerd?
Toch wel, ik was goed in alles maar had niet echt één discipline waarin ik uitblonk.

Wanneer voelde je voor het eerst dat je héél goed was en in aanmerking zou komen voor nationale selecties?
Die eerste keer op het WK scholieren, eigenlijk. In Donetsk. Dan heb je daarvan geproefd en denk je, ja ik wil meer.

Wat was er charmant aan een zevenkamp in Donetsk, behalve je prestaties?
Voor de eerste keer dat internationale gevoel meemaken, met al die landen. Truitjes wisselen, netwerken, de Belgen die voor elkaar supporteren.

Het jaar erna mocht je naar Eugene, in de USA.
Dat was een leuke. Eigenlijk een van de tofste kampioenschappen die ik ooit heb gedaan. Alles was daar zeer groot. Verschillende sportvelden, indrukwekkend om zien. Ik herinner me de talloze keren dat het Amerikaanse volkslied klonk, wanneer een Amerikaan had gewonnen.

Basket

Je hebt zelfs basketbal gespeeld?
Van mijn zeven tot mijn achttien. Tot ik ging studeren. Dan had ik er geen tijd meer voor.

Achttien? Dat is toch vrij laat?
Ja, ik heb toen aan mijn coach gevraagd hoever hij dacht dat ik in die sport kon geraken. Hij vertelde me eerlijk dat internationaal wellicht te hoog gegrepen was, maar dat ik nationaal zeker meekon. Maar in atletiek had ik intussen een paar internationale kampioenschappen meegemaakt. Dat hielp bij mijn keuze.

Volg je wat de Cats doen?
Een heel goeie vriendin zit in dat team, Heleen Nauwelaerts.

Hoe groot ben je?
1 m 77

Dan werd je uitgespeeld als forward?
Jawel, eerst bij Bavi, dan Pitzemburg en op het laatst Boom.

Niet bij Katelijne?
Nee. Wel aan gedacht, maar dat was moeilijk bereikbaar.

Heb jij nadelige effecten ondervonden omdat je deze twee sporten combineerde?
Buiten het feit dat ik soms mijn voet verzwikte, of eens een vinger kwetste, neen. Wanneer ik later met atletiek stop, zou ik misschien kunnen herbeginnen met basket. Ik vond dat leuk om te doen. Ik mis het groepsgevoel en de spelvreugde.

Zevenkamp

Welke van de 7 disciplines doe je het liefst?
De horden en het hoogspringen.

Is dat niet merkwaardig? Wanneer ik een wedstrijd volg, merk ik gauw dat zevenkampers ofwel goede lopers zijn ofwel goede kampers. De combinatie van die twee, zoals bij jou, is toch uitzonderlijk?
Juist, je hebt zowel de sprintbommetjes, zoals Jessica Ennis-Hill. Of je hebt de springers, de iets groteren ook, waarbij het zwaartepunt wat hoger ligt.

Is de grotere sterke vrouw in het voordeel bij meerkamp?
Grote personen hebben uiteraard langere armen om te werpen, langere benen om te springen. Maar wanneer je klein bent heb je vaak je explosiviteit mee. Dat is nou net het leuke aan meerkamp, je kan onmogelijk in alles de beste zijn. Het is een gevecht met de wetten van de fysica.

Als leek merk ik dat een hordeloopster het van haar ritme moet hebben. Eens je hapert, is de kans op een goede afloop meestal verkeken. Zo’n fout corrigeren, lijkt me moeilijk.
Je moet natuurlijk proberen dat wél te corrigeren. Horden lopen is altijd het eerste nummer. Dus daar kan je kampioenschap al om zeep zijn. Als je op training een horde raakt, moet je doorgaan. Je leert dat wel. Je kunt je balans verliezen, maar vanuit die situatie moet je toch proberen iets goed te maken. Op training wordt afgewisseld met het aantal stappen tussen de horden, net om dat ritme te breken.

Zou jij in al deze disciplines apart nationaal top kunnen zijn?
Buiten het speerwerpen, ja.

Dus speerwerpen is je achilleshiel?
We zijn er hard aan het werken. Eens zal het komen.

Speerwerpen is toch meer techniek dan kracht?
Juist. Het is enorm technisch. Ik heb zeker niet minder kracht dan de rest, maar techniek en timing bepalen je worp.

Fernando Oliva

Als tweedejaars junior werd je vierde op het WK 2015 in Zweden. Het valt op dat je ten opzichte van je jongere jaren een fameuze prestatiesprong maakt.
Klopt. Ik had net besloten om van Gent naar Leuven te verhuizen. Daar heb ik nooit spijt van gekregen. Eind 2014 ben ik met Fernando beginnen trainen. Fernando was ooit zelf tienkamper. Heeft meegedaan aan de spelen van Barcelona 1992.

Wat heb je van hem geleerd?
Veel. Sowieso over het leven, heel veel. We praten over alles, niet alleen over atletiek, zodat hij ook doorheeft hoe ik mij voel op slechte momenten. We trekken vaak naar andere trainers in het buitenland, naar specialisten. Dat is fijn aan hem: dat hij steeds oplossingen zoekt voor elk probleem. Dat maakt atletiek boeiend. Het is niet zomaar werpen of lopen, er komen ontzaglijk veel details bij kijken. Je moet voor alles oplossingen blijven zoeken.

Ik lees dat je negen keer per week traint. Ik wist niet dat er negen dagen in een week zijn?
Soms combineren we een krachttraining in de ochtend met een looptraining in de namiddag. Of er is een wekelijkse training op de rugslag (voor hoogspringen), of een uurtje kine-oefeningen. Sowieso is er zes keer training in de week. Maar deze week heb ik een rustweek en ik verveel me dood, thuis.

Je bent nu vooraan in de twintig. Je lichaamsbouw, je spiermassa, je prestatiecurve, je verleden, kan je aan de hand van die elementen voorspellen of wereldtopniveau in het bereik ligt?
Ten opzichte van Nafi heb ik mijn lichaam iets minder mee, ik weet het. Ik ben kleiner, maar als ik gewoon blijf werken, zie ik wel waar ik uitkom.

Olympische Spelen

Olympische Spelen. Jouw ultieme droom?
Ik wil graag naar de Olympische Spelen (bij het afnemen van dit interview was nog niet beslist die uit te stellen – red.). Dit jaar wil ik die meepakken als ervaring. Vier jaar later, in Parijs, wil ik top zijn.

Jouw conditiepeil komt alvast goed. Je hebt recent toch jouw persoonlijk record verbeterd?
Twee weken geleden, op het BK vijfkamp indoor. Ik had net daarvoor het BK gewonnen. Nafi deed toen niet mee. Met het puntentotaal dat ik haalde, word ik in België derde aller tijden, na Nafi en Tia Hellebaut. Het is tevens nog altijd de beste wereldjaarprestatie. Een knaller om het jaar te beginnen. Natuurlijk deed niet iedereen mee omdat het WK wegviel door het coronavirus.

Moet jij nog iets presteren om naar de Spelen te gaan?
Ik ben nog niet geselecteerd. Ofwel moet ik de limiet halen in punten, maar die ligt wat hoger dan mijn eigen record, ofwel ben ik geplaatst via de wereldranglijst. Je moet daarvoor top 24 zijn. Ik sta nu 17de. Ik kan weer rustig opbouwen naar de zomer toe. Ik denk dat ik nog aan één goede meerkamp moet deelnemen om zeker te zijn. Waarschijnlijk in Italië. Ofwel in Tenerife. Of alle twee.

Je haalde vier Belgische titels meerkamp. Dat is niet min, in een tijdperk waarbij Nafi Thiam absolute wereldklasse is.
Ook omdat Nafi niet altijd meedoet.

Opnieuw, dat kan wel zijn, maar jij staat er dan.
Bedankt. Ik doe mijn best.

Ik veronderstel dat je de concurrentie van Thiam niet als zodanig voelt, je doet gewoon je eigen ding.
Het verschil blijft groot. Ik probeer er wel naar toe te groeien. Mijn beste jaren moeten nog komen. Zij is nu top.

Welk persoonlijk record staat nog het meest levendig voor de geest?
Het hoogspringen; 1 m 84, Dat is een record waar ik lang heb op gewacht. Maar ook de wedstrijd in Tenerife, waar ik mijn meerkamprecord haalde. Daar was Willy Benthein voor het eerst bij, mijn vroegere trainer. Dat was de eerste keer na zijn ziekte. Willy deed vroeger enorm veel voor mij. Het deed goed hem na zo lange tijd terug te zien op de piste.

Als je zo’n meerkamp op twee dagen doet, moet je dan in een soort flow zitten?
Niet echt, maar wat je moet proberen, en dat is het moeilijke in meerkampen, is na elke proef waarbij het niet goed ging, je daarover te zetten. Voluit gaan voor het volgende nummer.

Het is vooral een mentale kwestie?
Je moet jezelf vermannen. Zeker wanneer de eerste dag goed was. Dan lig je in je bed, vol adrenaline, en moet je toch goed rusten. Veel hangt af van hoeveel tijd de concurrenten nemen voor hun prestaties. Soms ben je tot een kot in de nacht aan het sporten en ga je laat naar bed. Je moet nog iets eten, naar je hotel, meestal een half uur rijden. Daarna de kine. De dag erop kan het ochtendprogramma om tien uur starten.

Ga je alleen naar zo’n wedstrijd of sta je samen op, eet je samen, doe je andere dingen samen?
Met de andere Belgen, bedoel je? Het is niet gemakkelijk om je aan een vaste dagindeling te houden, want wedstrijdorganisaties zijn altijd anders. Iedereen heeft een ander programma, een andere afspraak bij de kine, enzoverder. Je bent echt op jezelf aangewezen. Alleen als alles klaar is, kun je wel eens de wedstrijd van een vriendin bekijken.

Wie betaalt wat?
De organisatoren betalen meestal het hotel. De vluchten betaal ik zelf. Ik kan wel onkosten indienen bij de VAL. Soms helpt VAC met een prestatievergoeding. Alle beetjes helpen.

Het vervolg van dit interview publiceren we binnenkort. Dan hebben we het over de club, de universiteit, thuis en haar toekomst.